Sinds de invoering van het Besluit Bodemkwaliteit vanaf 2008 zijn de nodige wijzigingen doorgevoerd in het (water)bodembeleid. De termen ‘schone grond’, ‘cat. 1-‘ en ‘cat.2-grond’ zijn afgeschaft. Hiervoor in de plaats wordt de kwaliteit van landbodem nu aangeduid als kwaliteit Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie of Niet-Toepasbaar. De waterbodemkwaliteit wordt met ‘A’ of ‘B’ aangegeven. Gemeenten stellen een bodemkwaliteitskaart op waarin aangegeven wordt wat de (gewenste) kwaliteit is van de bodem in de hele gemeente.

Voordat grond wordt toegepast moet de kwaliteit van deze grond bepaald te worden volgens vastgestelde protocollen.

Degenen die een bouwstof (grond) toepast moet in veel gevallen hiervan vooraf melding doen aan het bevoegde gezag. Bovendien zijn aan de toepassing van de materialen randvoorwaarden verbonden die afhangen van de kwaliteit van het toe te passen materiaal. Het hele Besluit Bodemkwaliteit is gericht op de kwaliteit van de bouwstof in relatie tot het werk waarin het wordt toegepast.

MAH beschikt over de erkende kwaliteitsverklaringen (certificaten) voor het uitvoeren van partijkeuringen van grond, baggerspecie en NV-bouwstoffen volgens het Besluit Bodemkwaliteit (BBK) (protocol 1001 en 1002).